De Eerste Kamer heeft op 25 mei 1999 het wetsvoorstel Beperking Export Uitkeringen (BEU) aanvaard. Krachtens de wet wordt het recht op een socialeverzekeringsuitkering gekoppeld aan het wonen in Nederland. Met wonen in Nederland wordt gelijkgesteld het langer dan drie maanden in Nederland verblijven.
De wet is op 1 januari 2000 in werking getreden. Als een uitkeringsgerechtigde op of na 1 januari 2000 in het buitenland woont, verliest hij zijn recht op een socialeverzekeringsuitkering (ZW, WAO, WAZ, AOW, ANW, AKW). Ook in deze situatie geldt dat met wonen buiten Nederland wordt gelijkgesteld het langer dan drie maanden buiten Nederland verblijven.
Op de beperking van de export van uitkeringen wordt een uitzondering gemaakt ten aanzien van die landen waarvoor een verdrag of een supranationale regeling voorziet in export van uitkering. Dat geldt op dit moment voor de landen van de Europese Unie en de Europese Economische Ruimte. Verder geldt dit voor de landen waarmee Nederland een bilateraal verdrag inzake sociale zekerheid heeft gesloten.
Afspraken
De exportbeperking waarin de wet voorziet, is niet absoluut. Als met een land afspraken kunnen worden gemaakt die voldoende garanties bieden voor de rechtmatigheid van de uitkeringen die daar worden betaald, wordt export toegestaan. Voorwaarde is dat deze handhavingsafspraken in een verdrag worden vastgelegd. Alleen een verdrag kan de wettelijke exportbeperking immers opheffen.
Met de landen waarmee Nederland reeds een verdrag heeft gesloten inzake sociale zekerheid worden momenteel nadere afspraken gemaakt over handhaving. Maar ook met landen waarmee Nederland geen verdrag inzake sociale zekerheid heeft gesloten, wil Nederland tot zulke afspraken komen. Kern hiervan is dat de desbetreffende landen een daadwerkelijke bijdrage leveren om het recht op een Nederlandse sociale verzekeringsuitkering te controleren, dan wel dat Nederland de mogelijkheden krijgt dit zelf te doen. De precieze invulling hangt af van de situatie in de onderscheiden landen.
Speciale aandacht vraag ik voor de uitzonderingspositie van de AOW in de wet. De AOW zal ter hoogte van het gehuwdenpensioen (ongeveer 50% van het nettominimumloon) geëxporteerd blijven worden. De exportbeperking heeft slechts betrekking op de inkomensafhankelijke partnertoeslag (ten behoeve van de partner jonger dan 65 jaar) en de hogere AOW-bedragen voor de ongehuwde pensioengerechtigde en de ongehuwde pensioengerechtigde met een kind jonger dan 18 jaar waarvoor kinderbijslag wordt ontvangen. Laatstgenoemde categorieën van pensioengerechtigden ontvangen op grond van de wet AOW-uitkering ter hoogte van het (lagere) gehuwdenpensioen. Ook nu weer geldt echter dat de exportbeperking wordt opgeheven, voor zover een verdrag daarin voorziet. Overigens heeft de wet geen betrekking op aanvullende pensioenen.
Controle op de rechtmatige betaling
Achtergrond van de wet is dat de rechtmatigheid van sociale verzekeringsuitkeringen die over de grens worden betaald, onvoldoende blijkt te kunnen worden gewaarborgd. In Nederland hebben de uitvoeringsinstanties - o.a. de Sociale Verzekeringsbank en het Gak - uitgebreide handhavingsbevoegdheden om te controleren of er (nog steeds) recht bestaat op een uitkering. Voor controle over de grens ligt dat dikwijls anders. Men is dan aangewezen op de medewerking van de autoriteiten ter plaatse. Samenwerking lukt niet altijd. Soms ontbreekt het de plaatselijke autoriteiten aan bevoegdheden of feitelijke mogelijkheden om controles uit te voeren. Om die reden kan niet in alle gevallen afdoende worden vastgesteld of een uitkering rechtmatig wordt betaald. Vanuit een oogpunt van gelijke behandeling wordt dit onacceptabel geacht.
Overgangstermijn
De wet voorziet in een overgangstermijn van drie jaar waarin verdragen als hiervoor bedoeld kunnen worden gesloten. In die periode, die op 31 december 2002 afloopt, blijft het uitkeringsrecht bestaan van diegenen die op 1 januari 2000 reeds in het buitenland woonden. Lukt het echter niet om binnen de overgangstermijn met bepaalde landen een handhavingsverdrag te sluiten, dan gaat de exportbeperking per 1 januari 2003 voor de in die landen wonende uitkeringsgerechtigden gelden.
Op 23 september 2002 heeft Staatssecretaris Rutte een brief naar de Tweede Kamer gestuurd waarin hij aankondigt de export van Nederlandse uitkeringen na januari 2003 voort te zetten naar 20 landen waarmee de onderhandelingen over een verdrag met afspraken over de controle in een vergevorderd stadium zijn. Een voorwaarde hierbij is wel dat deze landen instemmen met de mogelijkheid het zogeheten woonlandbeginsel in het verdrag op te nemen, waarmee het bedrag aan kinderbijslag wordt teruggebracht tot 10 procent van het bedrag in Nederland.
In november 2003 heeft SZW-Minister De Geus naar aanleiding van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep de beperking van de export van enkele socialezekerheidsuitkeringen tot ongeveer medio 2005 opgeschort. Uitkeringsgerechtigden in het buitenland blijven daardoor een uitkering ontvangen, ook als het land waarin zij wonen nog geen BEU-verdrag met Nederland heeft gesloten. De uitkeringen waar het om gaat zijn de AOW, Anw en de WAO/WAZ, niet de uitkeringen op grond van de ZW en de AKW.
Nederlanders in Costa Rica en de Wet BEU
Op 1 december 2003 is het handhavingsverdrag met Costa Rica inzake de controles op socialezekerheidsuitkeringen ondertekend.
In Costa Rica woonachtige uitkeringsgerechtigden blijven daardoor hun uitkering ontvangen.
In juli 2003 zijn reeds schriftelijke afspraken gemaakt tussen vertegenwoordigers van de SVB en de CCSS (Caja Costarricense de Seguridad Social) over de praktische uitvoering van controles.
Nederlanders in Honduras, El Salvador, Panama en de Wet BEU
In 2004 is een handhavingsverdrag met Panama inzake de controles op socialezekerheidsuitkeringen ondertekend en geratificeerd.
In Panama woonachtige uitkeringsgerechtigden blijven daardoor hun uitkering ontvangen.
Onderhandelingen met de Hondurese autoriteiten over een handhavingsverdrag zijn in gang gezet maar ondervinden sterke vertraging. Op dit moment is het verdrag nog niet ondertekend.
Nadere inlichtingen kunt U inwinnen bij de afdeling Algemene en Consulaire Zaken van de Ambassade.